ECLI:NL:RBZUT:2006:AY6225
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Gerbranda
- Schmitz
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord, veroordeling doodslag en oplegging tbs met dwangverpleging
De rechtbank Zutphen heeft op 15 augustus 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van moord op het slachtoffer in een psychiatrische instelling. De rechtbank oordeelde dat moord niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte daarvan vrij.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde, namelijk doodslag, heeft begaan door het slachtoffer met een hamer meerdere keren op het hoofd te slaan, wat uiteindelijk leidde tot het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank nam daarbij het rapport van het Pieter Baan Centrum mee, waarin werd vastgesteld dat verdachte leed aan het syndroom van Asperger en een obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis, waardoor zijn toerekeningsvatbaarheid sterk verminderd was.
Gezien de ernst van het feit en de psychiatrische stoornis van verdachte werd een gevangenisstraf van twee jaar opgelegd, gecombineerd met de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging. De rechtbank achtte een langere gevangenisstraf niet passend vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid en de noodzaak van een beschermend milieu. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de nabestaande.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord, veroordeeld voor doodslag tot twee jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.