ECLI:NL:RBZUT:2006:AY6142
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Van Hoorn
- Schmitz
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ontucht met minderjarig kind
De rechtbank Zutphen heeft op 11 augustus 2006 verdachte veroordeeld wegens het plegen van ontucht met zijn minderjarige kind in de periode van juni tot september 2001. Het bewezenverklaarde betreft het betasten en aanraken van het lichaam van het slachtoffer, waarbij het misbruik van het vaderlijk overwicht en het ernstige vertrouwen dat het slachtoffer in hem had, zwaar zijn meegewogen.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaringen van verdachte tijdens het politieverhoor en de terechtzitting, alsmede de aangifte van het slachtoffer. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk ontuchtige handelingen heeft verricht, waaronder het betasten van diverse lichaamsdelen van het slachtoffer.
Bij de straftoemeting heeft de rechtbank een werkstraf van 200 uur opgelegd, met een subsidiaire hechtenis van 100 dagen indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd. Tevens is een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden waaronder ambulante behandeling en begeleiding door de Stichting Reclassering Nederland.
De rechtbank benadrukte de ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit en de mogelijke psychische gevolgen voor het slachtoffer. De straf is mede bedoeld om verdachte af te schrikken van het plegen van nieuwe strafbare feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 200 uur werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens ontucht met zijn minderjarige dochter.