ECLI:NL:RBZUT:2006:AY5421
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek alimentatie na ongegronde ernstige beschuldigingen tussen ex-echtgenoten
De vrouw deed aangifte tegen de man wegens poging tot verkrachting, poging tot zware mishandeling en ontucht met hun zoon. Politieonderzoek leverde onvoldoende bewijs op om tot strafrechtelijke vervolging over te gaan, waarna het gerechtshof het beklag van de vrouw ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de beschuldigingen ten onrechte waren gedaan.
Deze ernstige, onterechte beschuldigingen hebben het gevoel van verbondenheid van de man met de vrouw definitief verbroken, terwijl die verbondenheid juist de grondslag vormt voor alimentatieplicht. Gezien de ernstige grief die de man door de beschuldigingen heeft geleden, kan redelijkerwijs niet van hem worden verlangd dat hij nog bijdraagt in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw.
De rechtbank nam alle omstandigheden mee, waaronder niet-financiële factoren zoals gedragingen van de onderhoudverzoekende echtgenoot, en concludeerde dat het verzoek tot alimentatie moet worden afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter G.W. Brands-Bottema op 2 augustus 2006.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot alimentatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van bewijs voor haar ernstige beschuldigingen.