ECLI:NL:RBZUT:2006:AY4960

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
25 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/460166-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van Hoorn
  • Van der Hooft
  • Tas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 67a lid 3 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen bedreiging en schieten met gaspistool wegens onvoldoende bewijs

Op 25 juli 2006 heeft de rechtbank Zutphen uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van bedreiging en het richten en schieten met een gaspistool. De tenlastelegging betrof bedreigingen met ernstige woorden gericht aan twee slachtoffers en het dreigend gebruiken van een gaspistool.

Tijdens de terechtzitting van 11 juli 2006 werd het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis ingewilligd, aangezien er mogelijk sprake was van een situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte het opzet had om samen met zijn broer de bedreigingen te plegen.

Verdachte verklaarde slechts als bemiddelaar te zijn meegegaan naar het gesprek tussen zijn broer en de slachtoffers. Er waren onvoldoende belastende verklaringen tegen verdachte. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd daags na de zitting opgeheven.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen bedreiging en schieten met een gaspistool.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460166-06
Uitspraak d.d.: 25 juli 2006
tegenspraak / dip
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats] ([land]) op [geboortedatum],
wonende te [postcode, plaats], [adres],
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 juli 2006.
Ter terechtzitting gegeven beslissingen
Ter terechtzitting zijn de volgende beslissingen gegeven:
Het verzoek van de raadsman namens verdachte tot het opheffen van de voorlopige hechtenis is met ingang van 12 juli 2006 te 09.00 uur ingewilligd, nu onverkort de gronden voor voorlopige hechtenis en de ernstige bezwaren ten aanzien van verdachte aanwezig worden geacht, maar er zich mogelijk een situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering voordoet.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 maart 2006, in de gemeente Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] en/of [slachtoff[slachtoffer 1] heeft bedreigd met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] (meermalen) de woorden toegevoegd:
"We neuken de moeder van degene die ons het geld niet betaald en we maken ze af. We snijden ze de strot door. We vermoorden ze" en/of
"Pas op, hij gaat jullie vermoorden" en/of
"Ik laat jou niet hier in de buurt leven. Ik laat je uitsterven" en/of
"Wij laten jullie hier niet leven. Wij neuken jullie moeder en vrouw en/of
"Ik zal je dood maken" en/of
"Klootzak, ik wil jouw doodschieten. Ik extra komen, jou dood maken" en/of
"Klootzakken, dadelijk neuk ik je, hoerenkind" en/of
"Waarom geven jullie mij geen geld, anders schiet ik jullie dood" en/of
"Hoerenkind, ik maak je dood",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)
(vervolgens) (daarbij) opzettelijk dreigend een (gas)pistool, althans een schietwapen, gepakt en/of dat/een (gas)pistool, althans een schietwapen, op die [slachtoffer 2] en/of op die [slachtoffer 1] gericht en/of (op korte afstand) gericht gehouden en/of op/tegen het gezicht en/of het hoofd van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] geplaatst en/of gedrukt en/of (vervolgens) één of meermalen met dat/een (gas)pistool, althans schietwapen, geschoten;
art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat, bij het vergezellen door verdachte van zijn broer [naam broer] naar en in het kantoor van [slachtoff[slachtoffer 1] en [slachto[slachtoffer 2], het opzet van verdachte gericht is geweest op de door zijn medeverdachte gedane bedreiging van deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], terwijl er zich in het dossier evenmin voldoende verklaringen bevinden die als belastend voor verdachte zijn te beschouwen.
De verdachte behoort derhalve te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door mr. Van Hoorn, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Tas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Wel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 juli 2006.
Mr. Tas is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.