ECLI:NL:RBZUT:2006:AX8431
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Van Hoorn
- Knoop
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke jeugddetentie wegens handel in cocaïne door minderjarige
De rechtbank Zutphen heeft op 9 juni 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte die zich tussen januari en juli 2005 schuldig maakte aan het opzettelijk vervoeren, verkopen en verstrekken van cocaïne in Apeldoorn.
De tenlastelegging betrof handel in cocaïne, een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet. De rechtbank achtte de verklaringen van vier getuigen, die elkaar op meerdere punten bevestigden, betrouwbaar en voldoende om het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Een deel van het tenlastegelegde werd niet bewezen verklaard en de verdachte werd daarvan vrijgesproken.
De rechtbank kwalificeerde het bewezenverklaarde als opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet. Gezien de ernst van de feiten, de schadelijkheid van cocaïne voor de gezondheid en de maatschappij, en het oogmerk van financieel gewin, legde de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie van 2 maanden op met een proeftijd van 2 jaar. De jeugddetentie wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen die proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar wegens handel in cocaïne.