ECLI:NL:RBZUT:2006:AW5462
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Vaandrager
- Van Beuge
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en verspreiding van kinderpornografisch materiaal via internet
De rechtbank Zutphen heeft op 28 april 2006 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die tussen april 2003 en april 2005 via internet duizenden kinderpornografische afbeeldingen en filmpjes heeft gedownload, opgeslagen en verspreid via het peer-to-peer programma KaZaA. De verdachte gebruikte creditcardbetalingen die via een Amerikaans onderzoek aan het licht kwamen.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan redelijk vermoeden van schuld bij aanvang van het onderzoek, maar de rechtbank verwierp dit verweer. Het OM mocht voortbouwen op buitenlandse informatie en de verdenking op basis van creditcardgegevens was gegrond.
De rechtbank stelde vast dat de afbeeldingen en filmpjes, waaronder expliciete seksuele handelingen met minderjarige kinderen, wettig en overtuigend bewezen waren. De verdachte had de bestanden niet alleen in bezit, maar ook zodanig opgeslagen dat anderen ze konden downloaden. Gelet op de ernst van het delict en de omstandigheden legde de rechtbank een taakstraf op van 240 uur, met een vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-naleving, en beval de onttrekking van de in beslag genomen digitale dragers.
De rechtbank benadrukte de maatschappelijke impact van het verspreiden van kinderporno en stelde bijzondere voorwaarden aan de proeftijd, waaronder begeleiding door de Stichting Reclassering Nederland en ambulante behandeling. De straf is mede bedoeld om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 240 uur wegens bezit en verspreiding van kinderpornografisch materiaal.