ECLI:NL:RBZUT:2006:AV9123
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling overbruggingsuitkering (OBU) bij echtscheiding valt binnen huwelijksgemeenschap
In deze zaak staat centraal of de overbruggingsuitkering (OBU) van de man valt binnen de huwelijksgemeenschap en of deze onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WPVS) valt. De vrouw stelt dat de OBU een voorwaardelijk recht is dat in de gemeenschap valt en dus verdeeld moet worden. De man betwist dit en voert aan dat de OBU een persoonlijke VUT-uitkering betreft die niet onder de WPVS valt en niet verdeeld hoeft te worden.
De rechtbank overweegt dat de OBU, hoewel aan de man verknocht, geen pensioen is en niet onder de WPVS valt. De OBU is een inkomensvoorziening na beëindiging van het dienstverband die de man in staat stelt op zijn 60e te stoppen met werken. De man heeft de keuze tussen OBU, FLEX-pensioen of doorwerken, waardoor de OBU persoonlijk is. Desondanks is de OBU vanuit maatschappelijk oogpunt bedoeld om in de behoefte van beide echtgenoten te voorzien en is er een band met de vrouw.
De rechtbank concludeert dat de OBU binnen de huwelijksgemeenschap valt en toekomt aan de man. Verrekening aan de vrouw vindt plaats zodra de man uitkeringen ontvangt, waarbij de vrouw recht heeft op de helft van de uitkering, vermenigvuldigd met een breuk die het aantal huwelijkse jaren van de aanspraak relateert aan de totale duur van de aanspraak. Het verzoek van de vrouw wordt verder afgewezen.
Uitkomst: De OBU valt binnen de huwelijksgemeenschap en wordt aan de man toegekend met verrekening aan de vrouw bij uitkering.