ECLI:NL:RBZUT:2006:AV4220
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Brouns
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onjuiste opslag van paardenmest in strijd met Wet bodembescherming
Op 19 januari 2005 constateerden verbalisanten dat verdachte op een perceel te Klarenbeek ongeveer 40 m3 paardenmest op onbeschermde bodem had opgeslagen zonder afdekking, waarbij de mest deels in vocht lag. Verdachte verklaarde de mest te hebben opgeslagen met de intentie deze later over het land te verspreiden.
De economische politierechter achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte niet aan zijn verplichting had voldaan om maatregelen te nemen ter voorkoming van bodemverontreiniging, in strijd met artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. Het NFI-rapport werd buiten beschouwing gelaten omdat het slechts algemene informatie gaf zonder concrete vervuiling te bespreken.
Verdachte voerde aan dat de droge aard van de mest de emissie minimaliseerde, maar de rechter oordeelde dat de wijze en duur van opslag een onaanvaardbare milieubelasting veroorzaakten, bevestigd door metingen van 31 januari 2005.
De rechter sprak verdachte vrij van meer of anders ten laste gelegde feiten en legde een geldboete van €500 op, waarvan €250 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, mede gelet op eerdere vrijspraak door het gerechtshof Arnhem en de draagkracht van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €500, waarvan €250 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens onjuiste opslag van paardenmest op onbeschermde bodem.