ECLI:NL:RBZUT:2006:AV0767
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Van Lookeren Campagne
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het niet tijdig doen van belastingaangiften en gebrekkige administratie
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk niet of niet tijdig doen van aangiften voor de inkomsten- en omzetbelasting over meerdere jaren. Tevens is bewezen verklaard dat de vennootschap onder firma (VOF) geen administratie voerde volgens de eisen van de belastingwetgeving, waarbij verdachte feitelijk leiding gaf.
De tenlastelegging betrof perioden van 1998 tot en met 2003, waarin verdachte als administratieplichtige naliet de belastingaangiften tijdig in te dienen, wat leidde tot het onjuist vaststellen van de belasting. Voor de feiten onder de eerste twee tenlasteleggingen is verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van feitelijke leiding of opdracht.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk de aangiften inkomstenbelasting niet tijdig heeft gedaan, wat strafbaar is gesteld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de ernst van de feiten, de schade voor de staat van ruim €55.000, en de omstandigheden van verdachte, werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opgelegd met een taakstraf van 200 uur.
De taakstraf moet worden uitgevoerd op een projectplaats erkend door de Stichting Reclassering Nederland. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt. De uitspraak werd gedaan op 27 januari 2006 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 200 uur wegens het niet tijdig doen van belastingaangiften.