ECLI:NL:RBZUT:2005:AU8358

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
2 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
06.031199-94
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • Van Hoorn
  • Van Harreveld
  • Lagarde
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wet DNA-onderzoek bij veroordeeldenArt. 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond wegens onvolledig bevel DNA-onderzoek veroordeelde

De rechtbank Zutphen behandelde op 18 november 2005 het bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bevel tot het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel. Het bezwaarschrift was tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn van veertien dagen en de rechtbank verklaarde de veroordeelde ontvankelijk.

De kern van het bezwaar betrof het feit dat het bevel van de officier van justitie niet het vonnis vermeldde waarbij de veroordeling had plaatsgevonden, zoals vereist in artikel 3, tweede lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Dit voorschrift beoogt een nauwkeurige vaststelling van de grondslag van het DNA-onderzoek te waarborgen.

Hoewel de rechtbank de inhoudelijke bezwaren ongegrond achtte, leidde het ontbreken van de juiste vermelding in het bevel tot de conclusie dat het bezwaarschrift gegrond moest worden verklaard. De rechtbank beval de officier van justitie om het afgenomen celmateriaal terstond te vernietigen.

De uitspraak werd gegeven op 2 december 2005 door de meervoudige strafraadkamer van de rechtbank Zutphen, onder voorzitterschap van Van Hoorn, met medewerking van de rechters Van Harreveld en Lagarde.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Strafraadkamer
De rechtbank heeft te beslissen op een op 4 augustus 2005 ter griffie in-gediend bezwaarschrift ex artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (verder te noemen de Wet-DNA) van de veroordeelde:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
verblijvende in FPC Veldzicht, Ommerweg 67 te Balkbrug.
De rechtbank heeft de processtukken bezien.
Het bezwaarschrift is in het openbaar behandeld door de meervoudige raadkamer op
18 november 2005. Van deze behandeling is een proces-verbaal opge-maakt.
Motivering
- Het bezwaarschrift is gericht tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van veroordeelde, waartoe op 21 juli 2005 celmateriaal bij veroordeelde is afgenomen.
- Het bezwaarschrift is tijdig, binnen de in artikel 7 van Pro de Wet- DNA genoemde termijn van veertien dagen ingediend en de veroordeelde is in zoverre ontvankelijk in zijn bezwaar.
- Ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Wet-DNA omschrijft het bevel het misdrijf waarvoor de betrokken persoon is veroordeeld en vermeldt het vonnis of arrest, waarbij de veroordeling heeft plaatsgevonden. Dit voorschrift beoogt een nauwkeurige vaststelling van de grondslag van het DNA-onderzoek bij de veroordeelde te waarborgen. Vastgesteld moet worden, dat het onderhavige bevel van de officier van justitie niet het vonnis vermeldt waarbij de veroordeling heeft plaatsgevonden. Het bevel voldoet derhalve niet aan het gestelde in artikel 3, tweede lid, van Wet-DNA. Het bezwaarschrift dient dan ook gegrond te worden verklaard.
- Ondanks de omstandigheid dat de rechtbank de inhoudelijke bezwaren van veroordeelde ongegrond acht, dwingt het vorenoverwogene tot onderstaande uitspraak.
Beslissing
Verklaart het bezwaarschrift gegrond en beveelt de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het celmateriaal terstond wordt vernietigd.
Deze beslissing is gegeven op 2 december 2005 door mrs. Van Hoorn, voorzitter, Van Harreveld en Lagarde rechters, in tegenwoordigheid van Wiering, grif-fier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.