ECLI:NL:RBZUT:2005:AU5519
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst broedeieren en gevolgen vogelpestcrisis
In deze zaak vordert de vermeerderaar van broedeieren betaling van het verschil tussen de overeengekomen Astenhofprijs en de door de broederij betaalde lagere prijs over de periode van de vogelpestcrisis in 2003. De broederij betwist de vordering en beroept zich op schuldeisersovermacht en lagere prijzen vanwege de crisis.
De rechtbank stelt vast dat de broederij alle eieren heeft afgenomen en dat er geen sprake is van schuldeisersovermacht, omdat de broederij voldoende mesters kon vinden om de kuikens af te zetten. De contractuele overmachtsclausule wordt niet van toepassing geacht, omdat de Astenhofprijs niet significant was gedaald.
De rechtbank oordeelt dat het onaanvaardbaar is de broederij volledig aan de betalingsverplichting te houden gezien de bijzondere omstandigheden. Daarom wordt een redelijk en billijk bedrag van € 23.472,92 toegewezen, waarmee het risico van de vogelpestcrisis tussen partijen wordt gedeeld. De vordering tot wettelijke rente wordt toegewezen, buitengerechtelijke kosten worden afgewezen en de reconventionele vordering tot wijziging van de overeenkomst wordt afgewezen.
Uitkomst: De broederij wordt veroordeeld tot betaling van € 23.472,92 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 maart 2004.