ECLI:NL:RBZUT:2005:AU5337
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoire beslagen wegens onvoldoende belang na aansprakelijkheidsvaststelling
De zaak betreft een geschil tussen een apotheker (gedaagde) en een groep huisartsen en hun erfgenamen (eisers) over geleden schade en conservatoire beslagen. De huisartsen en hun erfgenamen waren apotheekhoudend en hadden vergunningen die vervielen na overlijden of verloop. Gedaagde vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de huisartsen en Amicon, een zorgverzekeraar.
Eerder zijn vonnissen gewezen waarin de aansprakelijkheid van de huisartsen en Amicon werd vastgesteld, waarbij Amicon onrechtmatig handelde vanaf 15 juli 1993 en de huisartsen vanaf respectievelijk 1 oktober 1997 en 1 januari 1999 aansprakelijk zijn. Gedaagde legde conservatoire beslagen op diverse onroerende zaken en derdenbeslagen bij eisers en hun erfgenamen.
De eisers vorderen opheffing van deze beslagen omdat gedaagde voldoende verhaal heeft op Amicon en de beslagen hun financiële mogelijkheden ernstig beperken. De rechtbank oordeelt dat na het arrest van de Hoge Raad geen zwaarwegend belang meer bestaat voor gedaagde om de beslagen te handhaven en dat de beslagen daarom worden opgeheven. Tevens wordt eiser 4 niet-ontvankelijk verklaard voor het namens mede-erfgenamen instellen van vorderingen.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank heft de conservatoire beslagen op wegens onvoldoende belang van gedaagde na vaststelling hoofdelijke aansprakelijkheid en voldoende verhaal op Amicon.