ECLI:NL:RBZUT:2005:AU4861
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap overleden man
De moeder van een minderjarige verzocht de rechtbank Zutphen om het vaderschap van een overleden man gerechtelijk vast te stellen. Zij stelde dat de man de biologische vader was en dat de minderjarige belang had bij deze vaststelling. De moeder voerde aan dat zij en de man een affectieve en exclusieve relatie hadden tijdens het conceptietijdvak en dat zij samenwoonden.
De rechtbank constateerde dat de moeder geen bewijs had geleverd ter onderbouwing van haar stellingen, zoals foto’s, brieven of getuigenverklaringen. De man was overleden en kon niet worden gehoord. Ook was er geen materiaal beschikbaar voor DNA-onderzoek, en de rechtbank vond het betrekken van de kinderen van de man in een dergelijk onderzoek niet lichtvaardig. De moeder verscheen niet op de zittingen en gaf geen aanvullende informatie.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de man de verwekker was van het kind en dat daarom geen gronden bestonden voor het gelasten van DNA-onderzoek. Het verzoek tot vaststelling van het vaderschap werd daarom afgewezen. De moeder werd vertegenwoordigd door een raadsman en de minderjarige door een bijzonder curator.
Uitkomst: Verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap van overleden man wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid.