ECLI:NL:RBZUT:2005:AU4359
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekenbeding huwelijkse voorwaarden en vermogensverdeling na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding dat verrekening van netto-inkomensoverschotten tijdens het huwelijk voorschrijft. Na echtscheiding vordert eiser verrekening van diverse vermogensbestanddelen, waaronder levensverzekeringen, een auto, een onderneming, onroerend goed en een aandelenportefeuille.
De rechtbank stelt vast dat de woning en schuur die de man vóór het huwelijk verkreeg en tijdens het huwelijk verbouwde, niet tot het te verrekenen vermogen behoren op grond van artikel 1:133 lid 2 BW Pro. Ook verbouwingen betaald uit overgespaard inkomen leiden niet tot toerekening van deze vermogensbestanddelen. Diverse vermogensposten, zoals polissen en de onderneming, worden betwist in waarde en vereisen deskundigenrapporten.
De rechtbank wijst erop dat partijen niet hebben voldaan aan de periodieke verrekenplicht, waardoor op grond van artikel 1:141 lid 3 BW Pro wordt vermoed dat het vermogen per peildatum is gevormd uit verrekenbare inkomsten. Diverse posten, zoals de auto en caravans, worden toegerekend aan het te verrekenen vermogen, waarbij ook schulden worden betrokken. Partijen worden verwezen naar een comparitie om overeenstemming te bereiken en deskundigen te benoemen.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en gelast een comparitie om de geschillen nader te bespreken en deskundigenrapporten te beoordelen. De zaak wordt verwezen naar de enquêterol voor planning van de comparitie.
Uitkomst: De rechtbank gelast een comparitie en benoeming van deskundigen voor waardebepaling en houdt verdere beslissing aan.