ECLI:NL:RBZUT:2005:AT6321
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Van der Hooft
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Geen schadevergoeding voor voorlopige hechtenis in hennepkwekerijzaak
Verzoekster werd verdacht van betrokkenheid bij een misdrijf volgens artikel 285b Sr, maar de vervolging hiervoor werd geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. Tijdens een doorzoeking in haar woning werd een hennepkwekerij aangetroffen, waarvoor zij werd veroordeeld tot een werkstraf. De dagen in voorlopige hechtenis werden op deze straf in mindering gebracht.
Verzoekster vroeg vergoeding van kosten van rechtsbijstand en schadevergoeding voor de inverzekeringstelling. De rechtbank oordeelde dat, omdat de zaak niet zonder oplegging van straf of maatregel eindigde, zij geen recht had op vergoeding van kosten van rechtsbijstand of schadevergoeding voor de voorlopige hechtenis.
Wel werd op grond van billijkheid een vergoeding van € 540 toegekend voor het indienen en behandelen van de verzoekschriften. De rechtbank benadrukte dat beide feiten onder één parketnummer vielen en dat de zaak in zijn totaliteit moest worden beoordeeld.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2005.
Uitkomst: Verzoekster krijgt geen schadevergoeding voor voorlopige hechtenis, wel een billijke vergoeding voor het indienen van verzoekschriften.