ECLI:NL:RBZUT:2005:AT1561
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onzorgvuldige vermogensvaststelling
Verzoeker diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), welke door verweerder werd afgewezen vanwege overschrijding van de inkomens- en vermogensgrens. Verweerder had het vermogen vastgesteld inclusief een levensverzekering en een schuldvordering op verzoekers moeder.
De rechtbank oordeelde dat de vordering niet direct opeisbaar was vanwege een opzegtermijn van twee maanden en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke inbaarheid van de vordering, mede gelet op de financiële situatie van de woning van verzoekers moeder. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig en deugdelijke gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, gelastte een nieuw besluit en bepaalde dat verweerder een voorschot op bijstand betaalt vanaf de datum van het verzoek. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt gelast een nieuw besluit te nemen met een voorschot op bijstand vanaf 15 februari 2005.