ECLI:NL:RBZUT:2005:AT0327
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Lok
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor opruimkosten asbest na brand industrieterrein
Op 11 maart 2001 brak er een brand uit bij een bedrijf op het industrieterrein ‘t Goor te ‘s-Heerenberg, waarbij drie bedrijven en een voetbalaccommodatie volledig verloren gingen en asbestvezels in de nabijgelegen woonwijk De Tuger terechtkwamen. De burgemeester verklaarde omstreeks 18.28 uur de situatie tot ramp in de zin van de Wet rampen en zware ongevallen (Wrzo) vanwege de dreiging dat de brand zou overslaan naar de woonwijk.
De gemeente Montferland verzocht om een rijksbijdrage voor de kosten van de brandbestrijding en asbestsanering, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de brand volgens de minister niet als ramp kon worden aangemerkt. In bezwaar werd erkend dat er sprake was van een ramp tot middernacht, maar de kosten waren lager dan de eigen bijdrage, waardoor geen vergoeding werd toegekend.
De rechtbank bevestigt dat de brand een ramp was gedurende een beperkte tijd, waarbij een gecoördineerde inzet noodzakelijk was om de dreiging weg te nemen. Het sein brand meester werd om 20.38 uur gegeven. De asbestvervuiling en de kosten van het opruimen daarvan worden niet beschouwd als onderdeel van de rampbestrijding, omdat er geen causaal verband is met de ramp zoals bedoeld in de Wrzo.
De rechtbank verklaart het beroep van de gemeente ongegrond en veroordeelt haar in de proceskosten. De kosten van evaluatie van de ramp worden eveneens niet als bestrijdingskosten erkend. Het besluit van de minister is daarmee in overeenstemming met de wet en jurisprudentie.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Montferland wordt ongegrond verklaard en er is geen vergoeding toegekend voor de asbestopruimkosten.