ECLI:NL:RBZUT:2005:AT0314
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onderhoudsbijdrage kind bij kortstondige relatie zonder gezinsverband
In deze zaak stond de vaststelling van de onderhoudsbijdrage voor een kind, geboren uit een kortstondige relatie tussen de man en de vrouw, centraal. De rechtbank oordeelde dat het niet redelijk is om de som van de inkomens van beide ouders als uitgangspunt te nemen, omdat zij nooit in gezinsverband hebben geleefd. Ook het uitsluitend hanteren van het inkomen van de vrouw werd als onredelijk beschouwd. De financiële middelen van de vader moeten mede in aanmerking worden genomen.
De rechtbank stelde vast dat de man de biologische vader is van het kind op basis van een DNA-onderzoek met een zekerheid van meer dan 99,99%. Vervolgens werd onderzocht bij welke ouder het kind de hoogste behoefte heeft, waarbij rekening werd gehouden met de gezinssituatie van de man (die met zijn echtgenote en twee andere kinderen samenwoont) en de vrouw als alleenstaande ouder.
De draagkracht van beide ouders werd berekend op basis van hun netto-inkomens, waarbij de vrouw een draagkrachtloos inkomen van €805 minus woonlasten en andere lasten werd toegerekend, en de man als echtpaar met een netto inkomen van €1.989 werd beoordeeld. De rechtbank hield rekening met diverse lasten en kortingen, en bepaalde dat de man een bijdrage van €98 per maand aan de vrouw moet betalen, ingaande 1 oktober 2004. Tevens werden de kosten van het DNA-onderzoek aan de man opgelegd omdat hij het vaderschap had ontkend.
De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 oktober 2004 een maandelijkse bijdrage van €98 betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind.