ECLI:NL:RBZUT:2005:AT0302
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Opzegging arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk wegens overgang van onderneming en onjuiste opzegtermijn
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], een medewerker secretariaat, en Trvst Belastingadviseurs & Accountants B.V. over de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst per 1 september 2004. [eiser] was sinds 1994 in dienst bij een maatschap die later splitste en waarbij zij in 2000 in dienst trad bij Trvst. Zij stelt dat haar dienstverband door overgang van onderneming is voortgezet, waardoor zij aanspraak maakt op een langere opzegtermijn en bescherming tegen ontslag.
De kantonrechter stelt vast dat de contractuele opzegtermijn van twee maanden in strijd is met artikel 7:672 lid 6 BW Pro, maar dat dit niet leidt tot nietigheid van de opzegtermijn, alleen tot vernietiging door de werknemer. Tevens oordeelt de rechter dat [eiser] niet kan aantonen dat zij via overgang van onderneming in dienst is gekomen van Trvst, omdat zij pas in februari 2000 daadwerkelijk bij Trvst ging werken en daarvoor bij een andere maatschap was aangesteld.
Hoewel het ontslag niet onregelmatig is, wordt het kennelijk onredelijk geacht omdat Trvst bij aanname van [eiser] verwachtingen heeft gewekt over voortzetting van het dienstverband en bestaande rechten. De kantonrechter veroordeelt Trvst tot betaling van een maandloon met wettelijke rente en een bedrag voor de dertiende maand, verminderd met reeds ontvangen bedragen. De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst per 1 september 2004 is kennelijk onredelijk en Trvst wordt veroordeeld tot betaling van een maandloon en een bedrag voor de dertiende maand met rente.