ECLI:NL:RBZUT:2005:AS7065
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Lok
- Brouns
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verboden uitvoer naar Irak
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak waarin verdachte, als directeur/bedrijfsleider van een besloten vennootschap, werd beschuldigd van het overtreden van de sanctieverordening (EG) nr. 2465/96 door het uitvoeren van diverse goederen naar Irak in de periode van 2001 tot en met 2002.
De tenlastelegging omvatte vier afzonderlijke feiten waarbij grondstoffen en producten zoals brandstofpompen, thermo-analyse apparatuur, stansmachineonderdelen en elektronische onderdelen zouden zijn uitgevoerd naar Irak, in strijd met de Europese sanctieregelgeving en de Nederlandse Wet op de economische delicten.
Tijdens de terechtzitting werden verzoeken om getuigen op te roepen afgewezen. De rechtbank concludeerde dat het dossier geen wettig en overtuigend bewijs bevat dat de goederen daadwerkelijk in Irak zijn aangekomen, met uitzondering van een partij brandstofpompen waarvoor een bijzondere situatie gold. Er was echter geen strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte bij die situatie vastgesteld.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd gedaan op 21 februari 2005 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de goederen daadwerkelijk naar Irak zijn uitgevoerd.