ECLI:NL:RBZUT:2005:AS4198
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Harreveld
- Rechtspraak.nl
Opslag van bedrijfsafval op meerdere locaties kwalificeert als inrichting zonder vergunning
De rechtbank Zutphen behandelde twee feiten waarbij verdachte werd beschuldigd van het zonder vergunning exploiteren van een inrichting voor het opslaan van afvalstoffen en het medeplegen van het illegaal storten van afval buiten een inrichting. Feit 1 betrof opslag van bouw- en slooppuin op vier locaties nabij een landgoed, waarbij de rechtbank oordeelde dat deze locaties samen een inrichting vormen in de zin van de Wet milieubeheer. Feit 2 betrof het storten van afvalstoffen op een andere locatie, waarbij verdachte medepleger werd geacht.
De verdediging voerde onder meer aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk moest worden verklaard voor feit 2, omdat dit feit reeds bekend was bij de vervolging van feit 1. De rechtbank verwierp dit verweer omdat feit 2 een andere locatie en activiteit betrof. Verder werd aangevoerd dat het puin geen afvalstof was en dat uitzonderingen uit het Bouwstoffenbesluit van toepassing waren, maar de rechtbank oordeelde dat deze uitzonderingen niet van toepassing waren.
De rechtbank verklaarde beide feiten wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €1.500,-. De rechtbank hield rekening met de lange voorgeschiedenis en het ontbreken van een heldere handhavingspraktijk. Een verwijderingsplicht werd niet opgelegd vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor milieutechnisch verantwoorde oplossingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €1.500,- voor het zonder vergunning exploiteren van een inrichting en medeplegen van illegale afvalstorting.