ECLI:NL:RBZUT:2004:AR6683
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Van Lookeren Campagne
- Feunekes
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer en handel in cocaïne zonder bewijs voor criminele organisatie
De rechtbank Zutphen heeft op 29 november 2004 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van invoer en handel in cocaïne tussen 2001 en 2004. De tenlastelegging omvatte onder meer het medeplegen van invoer en handel in cocaïne, poging tot invoer, en deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte deelnam aan een criminele organisatie, omdat het dossier onvoldoende concrete aanwijzingen bevatte voor een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband met gemeenschappelijke regels en doelstellingen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van dit onderdeel.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan invoer en handel in cocaïne, waarbij sprake was van meerdere feiten verspreid over een periode van ruim drie jaar. De rechtbank verwierp het verweer dat de dagvaarding nietig was en dat sprake was van voortgezette handelingen zonder nieuw wilsbesluit.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, rekening houdend met de hoeveelheid cocaïne, de initiërende rol van verdachte bij invoer op de Antillen, en het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke misdrijven was veroordeeld. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor invoer en handel in cocaïne, vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie.