ECLI:NL:RBZUT:2004:AR5611
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezamenlijk ouderlijk gezag wegens belang minderjarige en communicatieproblemen ouders
Uit een beëindigde niet-huwelijkse relatie is een minderjarig kind geboren, erkend door de vader, waarbij de moeder van rechtswege het ouderlijk gezag heeft. De vader verzoekt op grond van artikel 1:252 BW Pro gezamenlijk gezag, ondanks dat de moeder dit weigert. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd en ontvankelijk is het verzoek te behandelen, mede gelet op artikel 1:253c BW en het Verdrag inzake de rechten van het kind.
De rechtbank benadrukt het belang van gezamenlijk gezag voor de minderjarige, omdat dit gelijkwaardige betrokkenheid van beide ouders waarborgt. Echter, de communicatie tussen ouders is ernstig verstoord, met grote spanningen en wederzijdse verwijten, wat het belang van het kind kan schaden. De ouders zijn niet in staat om op verantwoorde wijze over de minderjarige te communiceren.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het niet wenselijk voor het welzijn van de minderjarige dat het gezamenlijk gezag wordt toegekend. Daarom wijst zij het verzoek van de vader af, waarmee rust en duidelijkheid voor het kind worden nagestreefd.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot gezamenlijk ouderlijk gezag wordt afgewezen vanwege het belang van de minderjarige en de ernstige communicatieproblemen tussen de ouders.