ECLI:NL:RBZUT:2004:AQ8462
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot overboeking banktegoeden wegens onvoldoende spoedeisend belang
Eiseres heeft bij de Rabobank een rekening waarop zij haar tegoeden aanhoudt. Haar broer was gemachtigd om namens haar over deze rekening te beschikken. Na het instellen en later opheffen van een bewind over haar goederen, heeft de broer verzocht om alle tegoeden op de rekeningen van eiseres aan hem ter beschikking te stellen. De Rabobank heeft dit verzoek geweigerd vanwege twijfels over de handelingsbekwaamheid van eiseres en de belangenafweging.
Tijdens de zitting is vastgesteld dat eiseres niet volledig de reikwijdte van haar handelingen overziet en gemakkelijk beïnvloedbaar is. Er is sprake van tegengestelde belangen tussen eiseres en haar broer over de eigendom van het tegoed. Eiseres kon onvoldoende aantonen dat zij een spoedeisend belang had bij de gevorderde overboeking, mede omdat zij maandelijks een bedrag kan opnemen voor haar levensonderhoud en de Rabobank haar overige betalingsopdrachten normaal uitvoert.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Rabobank de nodige zorgvuldigheid betracht en dat de vordering van eiseres om haar tegoeden over te boeken naar de rekening van haar broer niet kan worden toegewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot overboeking van de banktegoeden wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en tegenstrijdige belangen.