ECLI:NL:RBZUT:2004:AP6813
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning horecabedrijf ondanks bezwaar om paracommerciële activiteiten
Verweerder heeft aan de derde-partij een vergunning verleend voor het exploiteren van een horecabedrijf in twee lokaliteiten en op twee terrassen bij een kampeerboerderij. Eiser, een omwonende, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege paracommerciële activiteiten die volgens hem in strijd zijn met de bestemming en gebruiksvoorschriften van het perceel.
De rechtbank oordeelt dat geen van de weigeringsgronden uit artikel 27 van Pro de Drank- en Horecawet van toepassing is en dat artikel 4, dat beperkingen kan opleggen ter voorkoming van ongewenste mededinging, niet van toepassing is omdat de vergunning niet is verleend aan een rechtspersoon zoals bedoeld in die bepaling. Hierdoor is er geen grond om beperkingen aan de vergunning te verbinden.
De rechtbank acht het belang van eiser rechtstreeks betrokken, verklaart het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond. Het blijft onbesproken of de paracommerciële activiteiten in strijd zijn met het bestemmingsplan, omdat dit niet relevant is voor de vergunningverlening onder de Drank- en Horecawet. Het beroep wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de horecavergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt gehandhaafd.