ECLI:NL:RBZUT:2004:AP0532
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Van Harreveld
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Zutphense broers veroordeeld voor overtreding Opiumwet en merkinbreuk
De rechtbank Zutphen heeft op 1 juni 2004 uitspraak gedaan in een zaak tegen twee broers die werden verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder het bereiden, bewerken, verkopen en vervoeren van cocaïne en hasj, alsmede het in voorraad hebben van kledingstukken die valselijk waren voorzien van merknamen van bekende merken.
De feiten betreffen een periode van 1 maart 2000 tot 9 februari 2004, waarbij vooral de periode van mei 2003 tot februari 2004 centraal stond. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten opzettelijk cocaïne en hasj hebben verhandeld en in voorraad hadden, en dat zij valse merkkleding in bezit hadden. De verdediging voerde onder meer bewijsuitsluiting aan voor bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank nam bij de strafoplegging mee dat de handel in harddrugs ernstige maatschappelijke gevolgen heeft en dat de verdachten hiermee bijdroegen aan verslaving en overlast. Ook de valse merkkleding werd als schadelijk voor merkhouders beoordeeld. De straf bestond uit een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen goederen onttrokken aan het verkeer of verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.