ECLI:NL:RBZUT:2004:AP0529
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hemrica
- Van Harreveld
- De Bie
- Rechtspraak.nl
Zutphense broers veroordeeld voor drugshandel en belediging
De rechtbank Zutphen heeft op 1 juni 2004 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van het medeplegen van handel in cocaïne en hasj, alsmede van eenvoudige belediging. De feiten betroffen perioden tussen 2000 en 2004, waarbij de verdachte samen met anderen of alleen opzettelijk hard- en softdrugs heeft bereid, bewerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en aanwezig gehad.
De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan vanwege een onrechtmatige doorzoeking, maar de rechtbank verwierp dit verweer. De rechter-commissaris had voorafgaand aan de doorzoeking toestemming gegeven, en het feit dat de hoofdbewoner geen toestemming gaf, deed hieraan niet af.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. De verklaring van de verdachte dat hij de drugs en geld beheerde voor een onbekende werd niet geloofd. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werden diverse in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard.
De uitspraak benadrukte de maatschappelijke schade van drugsgebruik en -handel en nam mee dat verdachte niet eerder voor drugsdelicten was veroordeeld. De verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van drugshandel en eenvoudige belediging.