ECLI:NL:RBZUT:2004:AO8611
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rekening-courant verhouding en ongerechtvaardigde verrijking tussen creditcardmaatschappij en kaarthouder
De zaak betreft een geschil tussen Interpay Eurocard Nederland B.V. en een kaarthouder over een administratieve fout waarbij Interpay per abuis een bedrag van €252.773,03 als creditpost aan de kaarthouder heeft geboekt. Deze fout leidde tot een vermeende onverschuldigde betaling en een vordering van Interpay tot terugbetaling van dit bedrag, vermeerderd met rente en incassokosten.
De rechtbank stelt vast dat de rechtsverhouding tussen Interpay en de kaarthouder een rekening-courant verhouding betreft, waarbij de kaarthouder betalingen verricht via een creditcard en Interpay deze verrekent. Hoewel Interpay stelt dat sprake is van wanprestatie en onrechtmatige daad, oordeelt de rechtbank dat de kaarthouder niet tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat de fout bij Interpay ligt.
De rechtbank overweegt dat de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking toewijsbaar is omdat de kaarthouder door de fout is verrijkt ten koste van Interpay zonder rechtvaardigingsgrond. De vordering kan echter niet in de rekening-courant worden opgenomen en is niet voor verrekening vatbaar. De vordering tegen de mede-gedaagde wordt afgewezen wegens ontbreken van een contractuele relatie.
De rechtbank wijst de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten grotendeels af vanwege de vertraging en nalatigheid van Interpay in het reclameren van de fout. De kaarthouder wordt veroordeeld tot betaling van een aangepast bedrag inclusief een redelijke vergoeding voor incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: De kaarthouder wordt veroordeeld tot betaling van €256.221,03 aan Interpay wegens ongerechtvaardigde verrijking; de vordering tegen de mede-gedaagde wordt afgewezen.