ECLI:NL:RBZUT:2004:AO5695
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Van Harreveld
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moeder voor medeplichtigheid aan ontucht met minderjarige dochter in ruil voor drugs
De rechtbank Zutphen heeft op 17 februari 2004 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de verdachte, de moeder van het slachtoffer, werd verdacht van medeplichtigheid aan ontuchtige handelingen met haar minderjarige dochter. De feiten betreffen perioden tussen 1996 en 2000 waarin de verdachte gelegenheid en middelen verschaft zou hebben aan een man om seksuele handelingen met haar dochter te verrichten, in ruil voor drugs.
De rechtbank achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de eerste tenlastelegging had begaan en sprak haar daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat zij medeplichtig was aan ontuchtige handelingen gepleegd door de man met haar dochter, die toen nog minderjarig was. De verdachte had onder meer een matras op de slaapkamer van haar dochter gelegd en de seksuele relatie tussen de man en haar dochter bevorderd, ondanks dat haar dochter aangaf dit niet te willen.
De rechtbank nam bij de strafoplegging mee dat de verdachte haar moederlijke verantwoordelijkheid ernstig had verzaakt door in ruil voor drugs toe te staan dat haar dochter werd misbruikt. De gevolgen voor het slachtoffer werden als ernstig en langdurig ingeschat. De verdachte werd veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd zij veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.000 aan het slachtoffer en een bedrag van €500 aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer.