ECLI:NL:RBZUT:2003:AO4146
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk ouderlijk gezag aan moeder en stiefvader ondanks bezwaren vader
De rechtbank Zutphen behandelde twee verzoeken betreffende het ouderlijk gezag over een minderjarige: een verzoek van de moeder en stiefvader om gezamenlijk gezag te verkrijgen en een verzoek van de vader om gezamenlijk gezag met de moeder te verkrijgen. De moeder en stiefvader wonen sinds 1996 samen en zijn sinds 1997 gehuwd. De moeder was sinds de echtscheiding in 1996 alleen met het gezag belast.
De vader maakte bezwaar tegen het verzoek van de moeder en stiefvader, vrezend dat toewijzing zijn vaderschap zou aantasten en dat de minderjarige in een loyaliteitsconflict zou raken. De rechtbank oordeelde dat de feitelijke situatie waarin de moeder en stiefvader al jaren de zorg dragen, juridisch bevestigd kon worden zonder dat de belangen van de minderjarige of de positie van de vader geschaad zouden worden.
De rechtbank stelde dat het gezamenlijk gezag van moeder en stiefvader het recht van de vader op omgang, informatie en raadpleging niet aantast en dat de stiefvader dit recht moet respecteren. Het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag met de moeder werd afgewezen omdat dit niet strookte met de wettelijke bepalingen en de feitelijke situatie.
De rechtbank concludeerde dat geen gegronde vrees bestond dat de belangen van de minderjarige zouden worden verwaarloosd bij toewijzing van het verzoek van de moeder en stiefvader. De beschikking wijzigde het eerdere eenhoofdig gezag van de moeder in gezamenlijk gezag van moeder en stiefvader, met behoud van de omgangsrechten van de vader.
Uitkomst: De rechtbank wijst het gezamenlijk gezag toe aan moeder en stiefvader en wijst het verzoek van de vader af.