ECLI:NL:RBZUT:2003:AO1066
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G.J. Roelvink
- K. van Duyvendijk
- J.W.A. Fleuren
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstandsuitkering voor vreemdelingen in procedure bij inwerkingtreding Koppelingswet
De zaak betreft een geschil tussen het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn en de Minister van Sociale Zaken over de weigering van rijksvergoeding voor bijstandsuitkeringen aan twee vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verbleven.
De minister had de vergoeding geweigerd omdat de bijstand volgens hem onrechtmatig was verstrekt na de inwerkingtreding van de Koppelingswet per 1 juli 1998, die bijstand koppelt aan rechtmatig verblijf. Het college had de uitkeringen echter niet beëindigd omdat de vreemdelingen nog in procedure waren en volgens de Centrale Raad van Beroep recht hadden op bijstand.
De rechtbank stelt vast dat het college terecht de Koppelingswet buiten toepassing heeft gelaten voor deze groep vreemdelingen die bij de inwerkingtreding nog een procedure liepen en al bijstand ontvingen. De rechtbank vernietigt het besluit van de minister en draagt op tot een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de minister en bevestigt dat bijstand aan vreemdelingen in procedure bij inwerkingtreding Koppelingswet terecht is voortgezet.