ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9130

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
14 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
: 03-1219 GEMWT 29
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.A. Lok
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuursdwang beëindiging huifkarcentrum

Verzoeker heeft een bezwaarschrift ingediend tegen een bestuursdwangbesluit van de gemeente Apeldoorn, waarbij hij per 1 december 2003 werd verplicht zijn huifkarcentrum en partycentrum te beëindigen en voorzieningen te verwijderen.

De rechtbank heeft beoordeeld of onverwijlde spoed bestaat om een voorlopige voorziening te treffen. Het voorontwerp van het Reconstructieplan Veluwe biedt onvoldoende concreet uitzicht op legalisering van de bedrijfsactiviteiten van verzoeker. Daarnaast is het gemeentebestuur niet bereid tot medewerking aan legalisering.

Gezien deze omstandigheden en het feit dat verzoeker ook andere inkomsten kan genereren, is de rechtbank van oordeel dat geen voorlopige voorziening vereist is voordat verweerder op het bezwaarschrift heeft beslist. Verzoeker kan na beslissing op het bezwaarschrift beroep instellen en eventueel een voorlopige voorziening vragen.

De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed en concreet uitzicht op legalisering.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Reg.nr.: 03-1219 GEMWT 29
UITSPRAAK
op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:
[verzoeker] , te [plaats], verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder, waarbij verzoeker per 1 december 2003 bestuursdwang is
aangezegd ter zake van beëindiging van een huifkarcentrum en een partycentrum annex
horecabedrijf en het verwijderen van een partytent en een overkapping op het perceel Assel
12.
2. Procesverloop
L.J. Moolhuizen heeft bij brief van 14 augustus 2003 namens verzoeker een bezwaarschrift
bij verweerder ingediend. Bij brief van 3 september 2003 is verzocht om een voorlopige
voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het verzoek is behandeld ter zitting van 13 oktober 2003, alwaar verzoeker en de heer
Moolhuizen en namens verweerder J. Groeneveld zijn verschenen.
3. Motivering
Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb dient te worden nagegaan, of onverwijlde spoed, gelet op
de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist.
Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt
beoordeeld, heeft deze uitspraak daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend
voor de beslissing in die procedure.
Verzoeker wil met zijn verzoek bereiken dat zeker wordt gesteld dat hij - in de woorden van
zijn gemachtigde - in het zicht van de veilige haven (legalisering) niet genoodzaakt wordt
zijn bedrijfsvoering te staken.
Aan het Reconstructieplan Veluwe van de provincie Gelderland kan naar voorlopig oordeel
evenwel niet de betekenis worden toegekend die verzoeker daaraan toekent.
Het gaat om een voorontwerp-plan met alternatieven waaruit nog gekozen moet worden.
In het voorontwerp staan wel enkele uitgangspunten die in algemene zin een activiteit als die
van verzoeker ondersteunen maar het ontwerp geeft geen duidelijk antwoord op de vraag of
die activiteit op deze locatie aanvaardbaar is. Bovendien moeten er nog convenanten met de
gemeentebesturen worden gesloten over de uitvoering van het plan en duidelijk is dat het
gemeentebestuur van Apeldoorn niet wenst mee te werken aan legalisering.
Verweerder dient nog een beslissing te nemen op het bezwaarschrift van verzoeker en in dit
stadium kan dan ook bezwaarlijk - als een voorlopig oordeel - worden gezegd dat
verweerder in redelijkheid niet tot het bestreden besluit heeft kunnen komen omdat
legalisering aanstaande is.
Na ommekomst van de begunstigingstermijn breken maanden aan waarin verzoeker met zijn
bedrijf weinig inkomsten kan genereren, terwijl verzoeker, op de momenten dat hij daartoe
de noodzaak ziet, een inkomen verwerft als chauffeur.
Onder deze omstandigheden moet dan ook worden gezegd dat onverwijlde spoed, gelet op
de betrokken belangen, geen voorlopige voorziening vereist nog voordat verweerder op het
bezwaarschrift van verzoeker heeft beslist.
Nadat op het bezwaarschrift is beslist en verzoeker beroep heeft ingesteld kan hij verzoeken
om versnelde behandeling van het beroep of vragen om een voorlopige voorziening met het
verzoek tevens te beslissen omtrent het beroep.
Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro
de Awb.
4. Beslissing
De voorzieningenrechter van de rechtbank,
recht doende:
wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. J.A. Lok en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2003 in
tegenwoordigheid van de griffier.