ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9127
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond wegens te late melding dwangbehandeling volgens Wet BOPZ
Verzoeker werd op 26 augustus 2003 opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis onder voorlopige machtiging en kreeg dwangmedicatie toegediend vanaf 2 september 2003 vanwege een chronische psychose met paranoïde wanen en bedreigingen richting personeel.
Op 3 september 2003 werd een behandelplan opgesteld met dwangmedicatie en separatie, waar verzoeker niet mee instemde. De geneesheer-directeur meldde de toepassing van het behandelplan echter pas op 2 oktober 2003 aan de geneeskundig inspecteur, terwijl dit volgens artikel 38 lid 6 Wet Pro BOPZ uiterlijk bij aanvang van de behandeling had moeten gebeuren.
De rechtbank oordeelt dat deze late melding de controlerende taak van de inspecteur belemmerde en in strijd is met de geest van de Wet BOPZ. Gezien de ernst van de maatregel en het verzet van verzoeker tegen de behandeling, is de klacht gegrond verklaard. De dwangbehandeling werd beëindigd op 12 september 2003, waardoor de beoordeling zich beperkt tot de periode 3-12 september 2003.
Verzoeker had tevens bezwaar tegen de diagnose en de dwangmedicatie, en had een second opinion aangevraagd. De rechtbank achtte het formele gebrek in de melding voldoende reden om de klacht toe te wijzen.
De beschikking werd uitgesproken op 13 november 2003 door de rechtbank Zutphen, tweede meervoudige kamer.
Uitkomst: De klacht van verzoeker wordt gegrond verklaard wegens te late melding van de dwangbehandeling aan de geneeskundig inspecteur.