ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9106
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk ouderlijk gezag en vaststelling omgangsregeling voor minderjarige
De rechtbank Zutphen behandelde twee aan elkaar verbonden zaken waarin de vader verzocht om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige dochter en om een omgangsregeling vast te stellen. De moeder oefent van rechtswege het gezag uit en de relatie tussen partijen was beëindigd sinds oktober 2002.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om gezamenlijk gezag ook eenzijdig kan worden ingediend en dat het weigeren daarvan zonder gegronde redenen een inbreuk op het recht op family life vormt. Ondanks spanningen tussen de ouders achtte de rechtbank gezamenlijk gezag in het belang van het kind, mits partijen hun ouderlijke verantwoordelijkheid nemen en eventueel deskundige hulp inschakelen.
De omgangsregeling werd vastgesteld op een weekend per veertien dagen, met een uitbreiding vanaf mei 2004. De ouders werden verplicht om vakanties in onderling overleg te regelen. De rechtbank benadrukte het belang van een evenwichtige ontwikkeling van het kind en respect tussen ouders.
De moeder voerde verweer tegen de ontvankelijkheid en de inhoud van de verzoeken, stellende dat communicatie onmogelijk was. De Raad voor de Kinderbescherming gaf geen advies over het gezag, maar waarschuwde voor de praktische uitvoerbaarheid gezien de spanningen.
De rechtbank verklaarde de vader ontvankelijk, wees het verzoek toe en compenseerde de proceskosten zodanig dat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en belast beide ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag en stelt een omgangsregeling vast.