ECLI:NL:RBZUT:2003:AL1460
Rechtbank Zutphen
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens verwerking preiafval als bodemverbeteraar op eigen perceel
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het onrechtmatig storten van preiafval op een bouwperceel in de gemeente Gendringen en/of Dinxperlo in de periode van november 2002 tot januari 2003. Verdachte stelde dat het preiafval afkomstig was van het eigen perceel en als bodemverbeteraar werd gebruikt, wat volgens hem toegestaan is.
De rechtbank stelde vast dat het preiafval in totaliteit afkomstig was van de eigen preioogst en dat dit organische materiaal teruggegeven werd aan de aarde, wat binnen de ecologische kringloop valt. Dit werd niet weersproken door het Openbaar Ministerie. De rechtbank verwees naar Richtlijn 75/442 waarin terugwinning van materialen wordt aangemerkt als bescherming van natuurlijke hulpbronnen, en naar een uitzondering op het begrip afvalstof in de landbouw.
Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat de handelingen van verdachte niet als een overtreding van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten konden worden aangemerkt. De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het preiafval als bodemverbeteraar op het eigen perceel werd verwerkt en niet als afvalstof geldt.