ECLI:NL:RBZUT:2003:AH9573
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Lok
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en schuldigverklaring zonder strafoplegging voor ontdoen van heideplagsel als bedrijfsafvalstof
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak tegen een besloten vennootschap die werd verdacht van het ontdoen van heideplagsel, aangemerkt als bedrijfsafvalstof, in de gemeente Apeldoorn in de periode van juli 2001 tot januari 2002.
De tenlastelegging bestond uit twee onderdelen: het onrechtmatig storten van heideplagsel buiten een inrichting op bouwgrond en het ontdoen van heideplagsel door afgifte aan een ander. De rechtbank oordeelde dat het eerste feit niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte daarvan vrij.
Ten aanzien van het tweede feit werd vastgesteld dat heideplagsel, hoewel niet expliciet genoemd in de Kaderregeling afvalstoffen, onder de definitie van bedrijfsafvalstof valt gezien de omstandigheden, zoals het verlies van vegetatiefunctie en het feit dat verdachte zich van de stof ontdoet met het oog op verwijdering. Verdachte werd schuldig verklaard aan overtreding van artikel 10.19, eerste lid, van de Wet milieubeheer, maar gezien de ernst van het feit en de omstandigheden werd geen straf of maatregel opgelegd.
De uitspraak benadrukt de interpretatie van afvalstoffen binnen milieurecht en het belang van context bij de kwalificatie van materialen als afvalstof.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het onrechtmatig storten, maar schuldig verklaard voor ontdoen van heideplagsel als bedrijfsafvalstof zonder strafoplegging.