ECLI:NL:RBZUT:2003:AF6681

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
24 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
06/037477-02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Lok
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 lid 1 Flora- en faunawet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending gelijkheidsbeginsel bij uitzetten knobbelzwanen

De zaak betreft het uitzetten van zes knobbelzwanen in de stadsgracht van Elburg op 10 juli 2002, zonder ontheffing, wat verboden is volgens artikel 14 lid 1 van Pro de Flora- en faunawet. De vereniging Arent Thoe Boecop en haar vice-voorzitter werden vervolgd, terwijl de gemeente Elburg, die de zwanen had gekocht, betaald en het transport had geregeld, niet werd vervolgd.

Tijdens de terechtzitting klaagde de verdachte over het feit dat de gemeente Elburg niet werd vervolgd en niet was gehoord in het strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank overwoog dat het gelijkheidsbeginsel van toepassing is omdat zowel de vereniging als de gemeente betrokken waren bij het uitzetten van de dieren en de ernst van het feit voor beide partijen gelijk is.

Daarom verklaarde de economisch politierechter het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte, omdat het niet vervolgen van de gemeente Elburg een ongelijke behandeling inhoudt. Dit vonnis werd uitgesproken op 24 maart 2003 door mr. Lok, economische politierechter.

Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Samenvatting:
Elburgse Knobbelzwanen
Economische politierechter
Parketnummer: 06/037477-02
Uitspraak d.d.: 24 maart 2003
Tegenspraak / dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[naam]
geboren te [plaats] op [datum] 1956,
wonende te [plaats], [adres]
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 maart 2003.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
de vereniging Arent Thoe Boecop, op of omstreeks 10 juli 2002, in de gemeente Elburg al dan niet opzettelijk één of meer dieren, te weten 6, althans een aantal knobbelzwanen, in de vrije natuur heeft uitgezet, zulks terwijl verdachte tot vorenomschreven feit opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven;
art 14 lid 1 Flora Pro- en faunawet
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Verdachte heeft zich ter zitting beklaagd over het feit dat hij wel doch de publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente Elburg niet wordt vervolgd en zich heeft verbaasd over het feit dat die rechtspersoon in het strafrechtelijk onderzoek in het geheel niet is gehoord.
Met betrekking tot dit beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt het volgende overwogen.
De economisch politierechter gaat daarbij uit van de volgende feiten.
Op 8 juli 2002 stond in locale kranten een bericht waarin werd aangekondigd dat de oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop het voornemen had op 10 juli 2002 om
16.00 uur zes knobbelzwanen uit te zetten in de stadsgracht van Elburg, zulks ter herstel van toestand zoals die in vroegere dagen gedurende lange tijd heeft bestaan.
Verbalisanten hebben daarop contact opgenomen met zowel de gemeente Elburg als met de vereniging en hen meegedeeld dat het uitzetten van zes knobbelzwanen in de stadsgracht van Elburg (zonder ontheffing) verboden is op grond van artikel 14 van Pro de Flora- en faunawet, waarin is bepaald dat het verboden is dieren in de vrije natuur uit te zetten.
Bij dat contact is verbalisanten gebleken dat het ging om een gezamenlijke actie van de gemeente Elburg en de vereniging Arent thoe Boecop.
Ter zitting is gebleken dat de gemeente Elburg de knobbelzwanen heeft gekocht en betaald, het transport naar Elburg heeft geregeld en de zwanen op 10 juli 2002, ondanks de waarschuwing van verbalisanten, ter beschikking van de vereniging heeft gesteld opdat deze zouden worden uitgezet in de stadsgracht, eigendom van de gemeente Elburg.
De enkele omstandigheid dat bestuurders van de gemeente Elburg bij de uitzetting, anders dan aanvankelijk de bedoeling was, niet zijn verschenen brengt onder de gegeven omstandigheden niet met zich dat ten aanzien van die rechtspersoon een minder ernstige verdenking ter zake overtreding van artikel 14 van Pro de Flora- en faunawet bestaat dan ten aanzien van verdachte en de vereniging, terwijl de ernst van het feit ten opzichte van de gemeente zeker niet minder is dan ten opzichte van verdachte en de vereniging.
Onder deze omstandigheden in de economisch politierechter van oordeel dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel doel treft en het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard, nu zij de vereniging en haar vice-voorzitter als leidinggever wel en de gemeente Elburg niet heeft gedagvaard.
Beslissing
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Dit vonnis is gewezen mr. Lok, economische politierechter, in tegenwoordigheid
van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank
van 24 maart 2003.