ECLI:NL:RBZUT:2003:AF5953
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- De Bie
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Poging tot moord met sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid door toediening verdovende middelen en messteken
Op 23 juli 2002 heeft verdachte haar echtgenoot, na het toedienen van verdovende en/of drogerende middelen waardoor hij in een versufte toestand raakte, meermalen met een mes in de borst gestoken. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte dit met voorbedachten rade heeft gedaan, maar dat de uitvoering van het misdrijf niet is voltooid, waardoor sprake is van poging tot moord.
Een multidisciplinair rapport van het Pieter Baan Centrum concludeerde dat verdachte ten tijde van het delict leed aan een waanstoornis van het jaloersheidstype, gerelateerd aan somatische problemen en het 'empty nest syndroom'. Hierdoor was sprake van sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid. Recidivegevaar werd op korte termijn uitgesloten, maar behandeling werd geadviseerd.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tijdens deze proeftijd moet verdachte zich houden aan aanwijzingen van de Reclassering, waaronder ambulante behandeling indien noodzakelijk. Tevens werd een mes, gebruikt bij het delict, verbeurd verklaard en een foedraal teruggegeven aan verdachte.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het delict, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de impact op de betrokken familie. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, wegens poging tot moord met sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid.