ECLI:NL:RBZUT:2003:AF5541
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Welbergen
- Maanicus
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs bij poging tot doodslag met voorbedachte rade
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van poging tot doodslag met voorbedachte rade op het slachtoffer in september 2002. Verdachte zou onder meer informatie hebben verstrekt aan medeverdachten over het adres en de woning van het slachtoffer en betrokken zijn geweest bij het plegen van geweld dat leidde tot zwaar lichamelijk letsel.
Uit het dossier en de zitting bleek dat verdachte niet aanwezig was bij het overleg over het meenemen van messen en dat hij het adres van het slachtoffer aanvankelijk achterhield uit vrees dat de medeverdachten te ver zouden gaan. Wel was er telefonisch contact waarbij verdachte informatie gaf over het adres en de situatie van het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor het bestaan van voorbedachte rade en dat de opzet van verdachte ontbrak vanaf het moment dat hij het adres achterhield. Ook werd geoordeeld dat het gedrag van verdachte wel onvoorzichtig was, maar dat dit niet volstond om hem als medeplichtige aan te merken.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag met voorbedachte rade.