ECLI:NL:RBZUT:2002:AF1085
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek werknemer tot arbeidsduurverkorting conform Wet Aanpassing Arbeidsduur
De werknemer, sinds 1991 in dienst bij Bührmann Ubbens B.V., verzocht mondeling en schriftelijk om zijn arbeidsduur te verkorten van 38 naar 32 uur per week. Het verzoek werd door de werkgever afgewezen met verwijzing naar zwaarwegende bedrijfsbelangen en formele bezwaren zoals de termijn van indiening.
De werknemer stelde dat zijn verzoek op grond van artikel 2 lid 10 WAA Pro van rechtswege was ingewilligd omdat de werkgever niet tijdig schriftelijk had beslist. De werkgever betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek en stelde dat het niet voldeed aan de wettelijke criteria, onder meer omdat het eerste verzoek mondeling was en het schriftelijke verzoek te kort voor de beoogde ingangsdatum was gedaan.
De kantonrechter oordeelde dat de Wet Aanpassing Arbeidsduur restrictief moet worden toegepast en dat het mondelinge verzoek niet aan de WAA voldeed. Het schriftelijke verzoek van 23 april 2001 was te kort voor de ingangsdatum, zodat ook daarop de WAA niet van toepassing was. Het latere verzoek van 15 augustus 2001 voldeed evenmin aan de criteria, waardoor geen rechtsgevolgen uit de WAA voortvloeiden.
De kantonrechter concludeerde dat de werkgever niet verplicht was het verzoek in te willigen en dat de werknemer geen recht had op arbeidsduurverkorting. De vordering werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot arbeidsduurverkorting wordt afgewezen omdat niet aan de wettelijke criteria van de WAA is voldaan.