ECLI:NL:RBZUT:2002:AE9783
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C.M. Boon
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verevening pensioenvoorziening na echtscheiding en afstorting deel pensioenrechten
Partijen zijn in 1968 gehuwd en gingen in 1997 feitelijk uit elkaar. De echtscheiding werd in 1999 uitgesproken met vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, inclusief pensioenverevening conform de Wet Verevening Pensioenrechten na Scheiding (Wet VPS).
Na de echtscheiding bleek dat een lijfrentepolis bij Centraal Beheer niet was verdeeld conform de Wet VPS en dat een pensioenvoorziening in eigen beheer bij de besloten vennootschap van de man was vrijgevallen. De vrouw vordert medewerking aan splitsing van de polis en afstorting van haar deel van de pensioenvoorziening.
De rechtbank oordeelt dat de pensioenvoorziening wel degelijk onder de Wet VPS valt en dat de man niet zonder medeweten van de vrouw de voorziening mocht opheffen. Daarom wordt de man veroordeeld tot medewerking aan de polis-splitsing en tot betaling van een bedrag ter compensatie van het niet-vereven pensioen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan splitsing van de lijfrentepolis en tot afstorting van € 32.237,68 aan de vrouw.