ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4416
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Uitspraak kort geding over uitkering geldsom uit depot na verkoop onroerende zaak
Eisers zijn rechtsopvolgers van hun moeder die voor een kwart gerechtigd was in een onroerende zaak samen met drie broers, waaronder gedaagde 1. Na verkoop van het huis is het deel van de moeder verkocht en de opbrengst deels in depot gestort op verzoek van gedaagde 1, die een vordering op de moeder claimt.
Eisers erkennen deze vordering niet en vorderen in kort geding dat gedaagde 1 opdracht geeft aan notaris gedaagde 2 om het bedrag van €42.191,88 uit te keren aan eisers. Gedaagde 1 en 2 voeren verweer, maar kunnen niet aantonen dat de vordering opeisbaar is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het depot onterecht wordt vastgehouden, omdat gedaagde 1 geen juridische procedure is gestart en het risico van bewijsproblemen bij ontbreken van schriftelijke leningsovereenkomst voor zijn rekening komt. Notaris gedaagde 2 had het depot niet zonder voorwaarden moeten aanhouden.
Daarom wordt gedaagde 1 bevolen binnen vijf werkdagen opdracht te geven tot uitkering en gedaagde 2 om het bedrag met rente binnen twee dagen uit te keren. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde 1 en 2 worden veroordeeld tot uitkering van €42.191,88 aan eisers en betaling van proceskosten.