ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4013
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling en gezagsverzoek inzake gehandicapt minderjarig kind
De man verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over zijn gehandicapte minderjarige zoon te verkrijgen en de omgangsregeling te wijzigen zodat hij meer contact met zijn zoon kan hebben. De vrouw, die het gezag en de zorg over het kind heeft, verzet zich tegen het verzoek tot gezamenlijk gezag en stelt dat de huidige regeling in het belang van het kind is.
De rechtbank overweegt dat het gezamenlijk gezag in dit 'oude geval' (echtscheiding voor 1998) niet automatisch van rechtswege geldt en dat het verzoek niet ontvankelijk zou zijn als dit alleen op gemeenschappelijk verzoek kon. De rechtbank oordeelt dat het verzoek van de man ontvankelijk is, mede gelet op het recht op family-life zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro.
Uit het dossier en de zitting blijkt dat de communicatie tussen de ouders zeer gebrekkig is en dat gezamenlijk gezag waarschijnlijk tot conflicten zou leiden die het kind schaden. De vrouw verzorgt het kind naar tevredenheid en biedt stabiliteit. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag af. Wel wijzigt de rechtbank de omgangsregeling zodat de man zijn zoon elke zondag en een aantal dagen in de vakantie kan zien, waarbij gebruik van een bruikleenauto mogelijk is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen, maar de omgangsregeling wordt uitgebreid en gewijzigd.