ECLI:NL:RBZUT:2001:AD4687
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.A.M. van der Kallen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens blijvend letsel en verlies arbeidsvermogen na verkeersongeval
In deze civiele zaak beoordeelt de rechtbank Zutphen de omvang van de schadevergoeding voor [eiser], die blijvend letsel heeft opgelopen door een verkeersongeval. De rechtbank gaat in op het verlies aan arbeidsvermogen, waarbij onder meer de gemiste promotiekans binnen de werkkring van [eiser] wordt erkend. Tevens wordt rekening gehouden met een WAO-gatverzekering en de gevolgen daarvan voor de schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat 17,5% van de schade voor rekening van [eiser] blijft vanwege het niet dragen van een veiligheidsgordel. Er wordt een billijke vergoeding van 16.500 gulden toegekend voor immateriële schade, gebaseerd op de aard en ernst van het letsel en de gevolgen voor het sociale en recreatieve leven van [eiser]. Verder worden de kosten voor deskundigen en buitengerechtelijke kosten deels toegewezen.
Partijen worden aangemoedigd om in onderling overleg tot een actuariële berekening en definitieve afwikkeling te komen, waarbij de rechtbank een langere termijn toestaat voor het nemen van akten. De rechtbank behandelt ook de vraag van wettelijke rente en fiscale garanties, waarbij zij een jaarlijkse indexering van lijfrente-uitkeringen prefereert boven een uitkering ineens.
Indien partijen niet tot overeenstemming komen, zal een deskundige worden benoemd voor een nieuwe berekening. De rechtbank benadrukt dat de schadevergoeding zodanig moet worden vastgesteld dat [eiser] financieel wordt gebracht in de positie alsof het ongeval niet had plaatsgevonden.
Uitkomst: De rechtbank wijst een gedeeltelijke schadevergoeding toe en stelt partijen in de gelegenheid tot verdere afwikkeling en aanvullende berekeningen.