ECLI:NL:RBZUT:2001:AD4424
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing aan bestemmingsplan en handhaving bedrijfsactiviteiten woning
Eiser verzocht de gemeente Doetinchem handhavend op te treden tegen bedrijfsactiviteiten die door een derde-partij werden verricht in en rond een woning op een perceel met agrarische bestemming. De gemeente wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de woning op het perceel niet de bestemming 'woonbestemming' heeft, maar een agrarische bestemming, en dat de verleende vrijstelling voor de bouw van de woning niet impliceert dat ook bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. De bedrijfsactiviteiten, bestaande uit workshops huis- en tuindecoraties, zijn daarmee strijdig met het bestemmingsplan.
Hoewel de aard, omvang en intensiteit van de activiteiten relatief gering zijn, rechtvaardigt dit volgens de rechtbank geen afwijking van het bestemmingsplan. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij ernstige hinder ondervindt.
De rechtbank nam tevens kennis van het feit dat de kelder waarin de workshops plaatsvinden niet in strijd is met het Bouwbesluit en dat de incidentele verstrekking van alcohol geen horecabedrijf vormt zoals bedoeld in de Drank- en horecawet. De uitspraak werd gedaan door de fungerend president mr. K. van Duyvendijk op 2 augustus 2001.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd en nieuw besluit door gemeente opgelegd; verzoek voorlopige voorziening afgewezen.