ECLI:NL:RBZUT:2001:AB2088
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering bank op debiteur na faillissement met betwisting verrekening algemene voorwaarden
De bank en Groninger Vleeshandel B.V. (GVH) sloten in 1997 een overeenkomst tot verpanding van vorderingen op handelsdebiteuren als zekerheid voor een kredietfaciliteit. GVH werd in juni 1999 failliet verklaard. De bank vordert betaling van een bedrag van ruim ¤321.000 van de debiteur, die zich verweert met een beroep op verrekening van een tegenvordering.
De debiteur stelt dat de algemene voorwaarden met het verrekeningsbeding niet aan haar zijn verstrekt en dat dit beding daarom vernietigbaar is. De rechtbank oordeelt dat de bank onvoldoende heeft aangetoond dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld, waardoor het verrekeningsbeding niet kan worden ingeroepen.
Daarnaast bespreekt de rechtbank de positie van de bank als stil pandhouder en het toepasselijke faillissementsrecht. De curator betwist de tegenvordering van de debiteur, waardoor verrekening niet eenvoudig kan worden vastgesteld. De rechtbank wijst de zaak aan voor nadere stukken over de stand van het faillissement en de betwisting van de tegenvordering.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere stukken over de betwisting van de tegenvordering en de faillissementsafwikkeling.