ECLI:NL:RBZUT:2001:AB1642
Rechtbank Zutphen
- Hoger beroep
- D. Vergunst
- W.H. Westhuis
- J.A.M. Strens-Meulemeester
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor letsel door terugslaande klapdeur op school
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van de werkgever centraal voor het ongeval van 3 februari 1995 waarbij de werknemer, appellante, door een terugslaande klapdeur op haar hoofd werd geraakt terwijl zij veters van een kleuter aan het strikken was.
De werkgever, geintimeerde, stelde dat zij instructies had gegeven aan appellante om de klapdeuren tijdelijk open te stellen en hierop toezicht hield, en dat de deuren voldeden aan de veiligheidsnormen, ondersteund door een onderzoek van de GG&GD. Appellante betwistte deze stellingen en voerde aan dat de werkgever tekort was geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende instructie en toezicht, en dat de terugslag van de deuren beperkt had moeten worden door bijvoorbeeld vloerveren.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever toegelaten wordt tot bewijslevering over de instructies en het toezicht daarop, alsmede over de mate van terugslag van de deuren. De zorgplicht van de werkgever wordt beoordeeld aan de hand van de redelijkheid en de mate van veiligheidsrisico's. De zaak werd aangehouden voor nader bewijs, waaronder getuigenverhoren en mogelijk deskundigenonderzoek, met een comparitie van partijen gepland.
De rechtbank constateerde dat de goedkeuring van de deuren door de GG&GD niet automatisch betekent dat de werkgever aan haar zorgplicht heeft voldaan, vooral omdat het onderzoek niet specifiek op de terugslag van de deuren inging. De beslissing over aansprakelijkheid hangt af van de uitkomst van het bewijs dat de werkgever zal leveren over instructies, toezicht en veiligheidsmaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nader bewijs over instructies, toezicht en terugslag van de klapdeuren en bepaalt een comparitie van partijen.