ECLI:NL:RBZUT:2001:AB1135

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
18 april 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
6.080315
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • De Visser
  • Van Harreveld
  • Vierveijzer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen afpersing en diefstal met bedreiging bij roofoverval op juwelier

Op 4 december 2000 pleegde verdachte samen met anderen een roofoverval op een juwelierszaak te Elburg. Zij drongen vermomd met bivakmutsen en nylonkousen de zaak binnen en bedreigden de eigenaresse met een dolkmes om sleutels af te geven, waarna zij geld en sieraden stalden.

De rechtbank heeft wettig en overtuigend bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van afpersing en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd door meerdere personen. Verdachte is strafbaar verklaard omdat geen omstandigheden zijn gebleken die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de recidive van verdachte op het gebied van vermogensdelicten en de ernstige impact van dergelijke delicten op het slachtoffer en de samenleving. De rechtbank veroordeelde verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Daarnaast is de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering gebracht op de straf. De rechtbank gelastte tevens de teruggave van een in beslag genomen pandbrief aan verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Parketnummer: 06.080315-00
Uitspraak d.d.: 18 april 2001
Tegenspraak - dip
VERKORT VONNIS
In de zaak tegen
Verdachte T,
geboren op 22 september 1977
wonende te D,
thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te A
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting
van 4 april 2001.
De tenlastelegging
Aan verdachte is -kort samengevat- het volgende ten laste gelegd:
Het samen met anderen plegen van een roofoverval op 4 december 2000
op een juwelier te Elburg, door vermomd met bivakmutsen en/of nylonkousen de juwelierszaak binnen te dringen en eenmaal binnen door dreiging met een dolkmes de eigenaresse te dwingen tot afgifte van de sleutels van een vitrinekast en door geld en sieraden te stelen.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezene levert op de misdrijven:
feit 1:
medeplegen van afpersing,
strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto Pro 47 van het Wetboek van Strafrecht;
feit 2:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,
strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto Pro 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen- verklaarde, de omstandigheden waar-onder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onder-zoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - :
- de recidive van verdachte terzake van gekwalificeerde vermogensdelicten;
- dat, naar de ervaring leert, delicten als de/het onderhavige veelal de oorzaak zijn van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer. Zij dragen bovendien bij, aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.
Overige toepasselijke wetsartikelen
De strafoplegging is behalve op de hiervoor al vermelde artikelen gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
medeplegen van afpersing;
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Verklaart de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelas-ten, op grond dat veroor-deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gelast de teruggave van de in beslag genomen pandbrief aan verdachte.
Aldus gewezen door mrs. De Visser, voorzitter, Van Harreveld en Vierveijzer, rechters, in tegenwoordigheid van Wiering, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting
van 18 april 2001.