ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0722
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor gehoorbeschadiging door lawaaiblootstelling bij onderhoudsmonteur
Betrokkene, werkzaam als onderhoudsmonteur van 1959 tot 1992, werd vanaf 1983 dagelijks blootgesteld aan lawaai zonder gehoorbescherming. Vanaf 1982 ondervond hij gehoorstoornissen, en in 1993 werd perceptiedoofheid vastgesteld. Verweerder erkende aansprakelijkheid voor 50% van de schade, maar eisers stelden dat dit percentage te laag was.
De rechtbank overwoog dat verweerder tekortgeschoten is in zijn zorgplicht en dat er causaal verband bestaat tussen de lawaaiblootstelling en het gehoorverlies, tenzij verweerder dit gemotiveerd zou betwisten. Medische rapporten toonden aan dat het gehoorverlies deels door lawaai kwam, waarbij een deskundige het aandeel op 60 tot 75% schatte. Verweerder betwistte dit onvoldoende.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor het 50%-aandeel en stelde zelf vast dat verweerder voor 60% aansprakelijk is. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak vervangt het bestreden besluit.
Uitkomst: Verweerder is voor 60% aansprakelijk voor de gehoorbeschadiging van betrokkene door lawaaiblootstelling tijdens zijn werkzaamheden.