ECLI:NL:RBZUT:1998:AA3555
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging bijstandsuitkering wegens samenwoning ex-echtgenote
Eiser had bijstandsuitkering die per 1 januari 1995 werd beëindigd omdat hij volgens verweerder samenwoonde met zijn ex-echtgenote en hun gezamenlijke inkomsten de bijstandsnorm overschreden. Eiser maakte bezwaar en ging in beroep, maar deze werden ongegrond verklaard. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het besluit rechtens onaantastbaar werd.
Eiser verzocht later om herziening van het besluit op basis van een vrijspraak in een strafzaak waarin hij werd vrijgesproken van uitkeringsfraude omdat het hof niet bewezen achtte dat hij samenwoonde met zijn ex-echtgenote. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de strafrechtelijke vrijspraak geen reden is om het bestuursrechtelijke besluit te herzien omdat in het bestuursrecht lagere bewijseisen gelden. Eiser bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die niet eerder aan de orde waren gekomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.